Zomerkoning

De enige echte zomerkoning is uiteraard de aardbei. En daarvan hebben wij er veel. Nu nog niet uiteraard. Want de zomer is er nog niet. Alhoewel, wij zagen gisteren een behoorlijk grote vlucht zwaluwen op het land… Maar terug naar de aardbei, wij hebben veel planten. Vinden wij tenminste. Dus die moesten deze week “even” de grond in. Deze grond op onze tuin is vorige week door Theo, een vrijwilliger van het Historisch Museum Haarlemmermeer voor ons met de cultivator achter de trekker los gemaakt. Een cultivator is een metalen gevaarte met twee rijen scherpe tanden dat de aarde loswoelt. En dat was wel nodig ook, want door het uitblijven van regen was de bovenlaag van onze tuin k(l)eihard. Na de actie van Theo kunnen we de grond veel makkelijker bewerken. Met een leuke groep vrijwilligers zijn we maandag begonnen met planten. Al snel bleek dat dit toch nog pittig was, vanwege die omstandigheden. Dus op zoek naar water. Woensdagochtend om kwart over acht, direct na het melken, stonden wij dus in de winkel te luisteren naar uitleg over pompen en sproeien. En even later stonden wij op de tuin met onze nieuwe pomp, etc. “Even” aansluiten. Een goede 2 uur later hadden we het geheel aan de praat zoals wij dat wilden.

Zo kregen de net geplante aardbeien water om van te kunnen groeien en wordt de grond in het stuk waar we nog aan het planten zijn, makkelijker te bewerken.

aardbeien
de aardbeien zijn geplant en bewaterd

“De eerste jaren gaat alles zo verschrikkelijk inefficiënt”, vertelde een bevriende boer (die zo’n 20 jaar geleden als stadsmens begon met boeren). Dat ervaren wij nu ook dagelijks. Gelukkig kunnen we – na de eerste frustratie – dit met elkaar delen en glimlachen we door de zucht heen. Kennelijk hoort dit erbij. Nu maar hopen (en hard werken) dat de aardbeien goed gaan groeien, zodat we in juni veel zomerkoninkjes hebben. Dan kunt u er de vruchten van plukken.

Kuifje

We hebben een bok met zo’n weelderige bos haar op de kop, dat we hem direct van het begin af Kuifje hebben genoemd. Zijn (half)broer kreeg de naam Bobby. Kuifje komt op veel foto’s uit de start van onze boerderij voor, omdat hij zo’n mooie karakteristieke kop heeft. En het is zo’n lieverd.
Kuifje als jonge bok
Kuifje als jonge bok
Vol enthousiasme springt hij elke morgen tegen de deur als we eraan komen. Goedemorgen!
In oktober hebben we Kuifje en Bobby een tijdje gescheiden en hebben we ze allebei bij een groep vrouwelijke geiten gezet om die te dekken. Beiden hebben dat goed gedaan, met voor Kuifje zelfs een 100% score. Maar toen we de mannen weer bij elkaar brachten, werd het anders. Dat ze even wat ruzie maakten om weer te bepalen wie de baas is, dat vonden we normaal. Maar Kuifje bleef maar een beetje ruzie zoeken. Met Bobby, maar ook met ons en met anderen die hem soms kwamen verzorgen. Het werd gevaarlijk. We hebben van alles geprobeerd om hem wat kalmer te laten worden, maar dat lukt niet. We hebben advies ingewonnen en dat kwam steeds op hetzelfde neer. Castratie is de enige kans om Kuifje rustig te krijgen. Geen garantie, maar een kans. We hebben geaarzeld, want we willen onze dieren zo natuurlijk mogelijk houden, maar we vonden het niet langer veilig en verantwoord. Dus kwam deze week de dierenarts en is Kuifje ontmand.

Kuifje net na de OK…

Zoals dat gaat, assisteerde de boer de dierenarts bij de operatie. Heftig, vond ik het. Ik heb dergelijke dingen wel eerder gezien, maar nu was het “mijn” Kuifje. Nu laten we Kuifje eerst herstellen en over een paar weken weten we dan of onze vechtersbaas weer lief kan doen.

25 meter verder in de wei staan de wagens met de vrouwelijke geiten en onze 10 lammeren. Nog geen 5 minuten nadat de dierenarts weg was, ontving ik daar een klas met 10 kleuters van De Waterlelie, school voor Speciaal Onderwijs. Even schakelen. En genieten, van de rust waarmee deze kinderen op een geïmproviseerd bankje kunnen zitten en met volledige aandacht een klein lam op schoot kunnen nemen en aaien en knuffelen. Zo liggen de emoties bij ons voortdurend voor het oprapen. Het is een wonderlijk bestaan, stadsboer zijn. Ik geniet er met volle teugen van. Alleen moet ik nog leren er iets meer bij stil te staan. Want in alle drukte lijkt het soms belangrijker om de to-do-lijst af te hebben.
Maar vanmiddag, na een lange, chaotische en soms frustrerende werkdag, zei ik tegen Ada, terwijl wij eigenlijk allebei wel naar huis wilden: “wij moeten nog even met de lammetjes knuffelen. Even opladen.” En na 10 minuten in de wagen te hebben gezeten en bedolven te zijn geweest onder een stapel lammeren, voelde ik de energie weer stromen. Heerlijk!
Kuifje maakt het overigens goed. En of de operatie het gewenste resultaat oplevert, weten we pas over een tijdje.

Leren door doen

Iedereen leert anders en ik heb mezelf nooit gezien als een persoon die leert door nieuwe dingen gewoon te doen. Ik wilde altijd eerst de theorie snappen en kennen en dan wilde ik heel graag dat iemand het een paar keer voordeed. Vervolgens probeerde ik het dan schoorvoetend zelf. Altijd bang om het verkeerd te doen.

En nu? Nu sta ik regelmatig midden in een totaal nieuwe situatie waar ik iets moet doen wat ik nog nooit eerder heb gedaan en waar ik ook niet alle ins en outs van ken. Want ja… een geit die een dag geleden een lam ter wereld heeft gebracht en nu niet wil eten. Daar moet ik toch iets mee. Zonder eten gaat het zeker niet goed, niet met moeder en niet met haar lam. Dus ik put uit al aanwezige kennis en geef de geit meerdere keren per dag kleine hoeveelheden aan. Dan overbrug ik in ieder geval tot ik een betere oplossing weet. Ik overleg met mijn broer en we vragen hulp aan andere (geiten)boeren. Daar leren we van. Maar wel pas nadat ik zelf iets gedaan heb. Afwachten is geen keuze en me voorbereiden op alle mogelijke scenario’s is ook onmogelijk.

Wel maak ik nu gebruik van alle kennis die ik de afgelopen jaren heb opgedaan. Al die informatie die in mijn hoofd zit, heb ik nodig om linken te leggen en om, zoals dat heet mijn boerenverstand te gebruiken.

Wat ik de afgelopen jaren veel gedaan heb en wat ik daardoor goed kan, is observeren. Het blijkt dat ook planten en dieren heel goed laten zien of het wel of niet goed met ze gaat. Zo kon ik duidelijk zien aan de koolplantjes die net 2 cm boven de grond uitkomen dat ze de harde wind van dit weekend echt niet leuk vonden. Gelukkig stonden ze nog in een bak en kon ik ze op een luwe plaats zetten en stonden ze een dag later bijna allemaal weer rechtop.

We proberen van alles en we proberen het zo goed mogelijk te doen. We leren elke dag en niet alleen van de successen, maar ook van onze fouten. Als je namelijk vijf geiten tegelijk uit hun stal laat om naar de melktafel te lopen, valt het niet mee om ze allemaal op de juiste plek te krijgen… dus volgende keer laat ik ze weer één voor één los. Al doende leer ik!

Lammertijd – we zijn er bij

Daar zit je dan met je goede gedrag. Vrijdagavond 21.30 uur in een schaars verlichte veewagen op een stukje weiland omringd door 5 geiten. Eén van die geiten staat in een geïmproviseerd hokje en maakt af en toe jammerende geluiden. Daarom zit ik daar. Ik was even het vroege avondrondje aan het doen om te kijken of er al iets in beweging komt bij onze drachtige geiten. Gisteren heb ik de eerste twee gezonde lammeren (Aagje en Abel) gevonden in de stal. Geheel natuurlijk door moeder op de wereld gezet. Op zich mogen ze van mij allemaal zo komen, maar voor mij gevoel van zekerheid en mijn drang naar controle maken dat ik er liever bij ben als de geiten gaan aflammeren. En deze vrijdagavond is dat zo en ben ik van bijna de eerste wee totdat de placenta naar buiten is aanwezig.

Als relatief onervaren geitenhouder vraag ik me bij elke beweging en elk geluid af wat er is en of het wel goed gaat. Maar ik heb wel geleerd dat we geneigd zijn te snel in te grijpen. Dus ik probeer me te beheersen en vlij me neer in het stro in het achterste hoekje van de wagen. Even later komt Ada erbij en samen wachten we op de dingen die komen gaan. We hebben de hele dag in windkracht 6 op het land gewerkt om omheining te plaatsen en kunnen eigenlijk nauwelijks nog op onze benen staan. Zo zittend in die warme wagen met voorlopig niets te doen, behalve afwachten is de grootste uitdaging om wakker te blijven. Stel je nu toch eens voor dat je door de aflammering heen slaapt!

Maar Luna, de geit in kwestie, houdt ons wel wakker door haar continue zoeken naar een prettigere houding en haar regelmatige gekreun. En dan ineens wordt er actie gevraagd: daar komt de vruchtblaas naar buiten en jawel, we zien een pootje, een neus en… even goed kijken aan de andere kant, Ja, nog een pootje. Het lam ligt goed. Nogmaals onszelf beheersen. Dit kan Luna zelf. Toch? Jawel, hoor. Twee keer persen later ligt er een lam. Ada haalt het vlies rond de mond weg, zodat het jonge beest kan ademen en wij halen ook opgelucht adem: het doet het! We leggen het lam voor de moeder neer, zodat zij het kan schoonlikken.

Luna en Acacia
Luna en Acacia

En dan wachten we af. Niet heel lang, want daar komt al de tweede. En ook dit gaat zonder problemen. Dan gaan we ons weer richten op de toediening van de juiste (homeopatische) medicijnen, we zorgen voor voldoende schoon stro voor moeder en kinderen, lekker lauw water om te drinken voor de moeder en natuurlijk voldoende eten. Als de placenta ook naar buiten is gekomen, kunnen wij afronden. De andere geiten om ons heen hebben de geboorte van Acacia en Adinda rustig gadegeslagen. Tegen middernacht zoeken we ons bed op. Even lekker slapen, want om 6.30 de volgende ochtend beginnen we weer aan de volgende ronde, melken, voeren, etc.

Moe maar voldaan. Dat past hier heel goed. Want wat is het immens mooi om getuige te zijn van de eerste ademteug van zo’n lam en haar eerste stapjes te zien en de liefde van moeder voor haar kroost. Wij voelen ons bevoorrechte mensen dat we dit mogen beleven.

Lammertijd – Het begin(t)

Twee weken terug fietste ik over het terrein en had ik een heel kort gesprekje met twee mannen die daar fietsten. Mijn voorgangers en ik kwamen tegelijk bij een wegversmalling en aangezien zij rustiger fietsten dan ik, remde ik af. Zij grapten dat ze snel plaats moesten maken. Ik zei dat ik tijd genoeg had, dus dat ze rustig aan konden doen. Ik zei: ik ben eigen baas en hoef nu niet op tijd ergens te zijn. ‘Oh…’ zei een van hen, ‘je werkt van 8 tot 9.’ ‘Ja’, zei ik ‘van 8 uur ’s morgens tot 9 uur ’s avonds’.

Dat is ondertussen achterhaald. We zijn namelijk in blijde verwachting van een aantal lammeren. Dat is leuk, maar ook heel spannend. Dus zijn we sinds vorige week gestart met extra controle-rondes. Over het algemeen gaan aflammeringen (bevallingen in mensentaal) bij geiten best wel goed en hoef je als boer niet vaak te helpen. Maar….dat willen we toch graag eerst zien voor we het geloven.

De eerste ronde is nu om een uur of zeven ’s morgens. In de loop van de dag lopen we zo ongeveer elke twee uur even bij ze langs om te speuren naar tekenen van een aanstaande aflammering. Dat gaat zo door tot een uur of tien ’s avonds.

Die controlemomenten zijn niet lang als er niets aan de hand is. Maar dat weet je nooit van tevoren. Al met al zijn het lange dagen, maar gelukkig zijn we met zijn vieren. We proberen te zorgen dat er altijd twee mensen aanwezig zijn op het terrein en nu Martin en Ingrid nog niet op het terrein wonen is dat best een puzzel. Het is gelukt om die puzzel rond te krijgen, want de enkele gaten die er zijn, worden opgevuld door de vrijwilligers!

De aanwezigheid van ons als medische hulpdienst is dus geregeld, de kraamartikelen en medische noodvoorraad staan klaar, dus laat die lammetjes maar komen. Dat dachten we een week geleden al, maar nu helemaal… wachten duurt zo lang!

Het wachten is beloond. Sinds donderdagmiddag zijn er twee lammetjes toegevoegd aan onze kudde. Een sikje en een bokje, die Aagje en Abel heten.

AagjeAbel

Mocht je het leuk vinden om onze lammetjes in het echt te komen bewonderen, houd dan zaterdag 20 april vast vrij in de agenda. Dan is het lammetjesdag! (verdere gegevens over deze dag volgen nog)

Lammertijd – proloog

De tijd die je wist dat ging komen, is er bijna. De lammertijd. Vol spanning heb ik hier naar uitgekeken. Vanaf mijn stage vorig jaar bij biologisch-dynamische geitenboerderij Hansketien wist ik: als het lukt om zelf boer te worden, wil ik geiten. In juli werd ik boer, samen met mijn zus, en in augustus arriveerden onze geiten, 11 stuks. Ik kan me heel goed herinneren dat ik ineens dacht: ik ben geitenboer. Een wonderlijke mengelmoes van blijdschap en verantwoordelijkheidsgevoel.

In oktober deden we de volgende stap. We zetten de bokken bij de geiten in de hoop op nageslacht. Dit had ik nog niet eerder gezien of gedaan. Veel lezen en luisteren en kijken bij andere boeren. En hopen dat het goed komt. In januari hebben we de geiten laten scannen, een echte echo laten maken. 7 van de 9 geiten waren drachtig. Ik was een tevreden boer.

En vrij snel na die blijdschap kwam dat verantwoordelijkheidsgevoel weer om de hoek kijken. Nu moeten we ervoor zorgen dat die lammeren goed ter wereld kunnen komen en dan een goede start hebben.

Rondom het aflammeren en de eerste maanden van het leven van geitlammeren zijn heel veel keuzes te maken. Elke boer doet dat anders. Hoe lang willen we de lammeren bij de moeder houden? Waarmee willen we de lammeren voeden? Willen we ze onthoornen? Wat voor medicatie gebruiken we als er iets niet goed gaat? Welke preventieve maatregelen kunnen en willen we nemen om risico’s te verkleinen?

Weer veel lezen, luisteren en kijken bij andere boeren. En we leren dat we vooral ook moeten (mogen?) durven onze eigen keuzes te maken. Wat is voor ons belangrijk in hoe wij ons boerenbedrijf willen vormgeven?

Dat leidt ertoe dat wij ervoor hebben gekozen dat de lammeren lang bij de moeder blijven, minimaal drie maanden. Wij denken dat dat een natuurlijke gang van zaken is. Ook kiezen wij ervoor zoveel mogelijk gebruik te maken van homeopathie als medicijnen al nodig zijn. En de hoorns zijn er van nature ook niet voor niets, dus die laten we lekker zitten. Dat is dus vooral onze keuze: zoveel weinig mogelijk ingrijpen, zodat de geiten zoveel mogelijk zichzelf kunnen zijn.

Nu hebben we alles in huis wat we denken nodig te hebben aan medicijnen, water, emmers, touwtjes, hekken en wat er verder allemaal nodig is om aflammerende geiten en net-geboren lammetjes zo goed mogelijk te helpen. Onze geiten zien er gezond (en dik!) uit. Nu wachten we op de volgende dag die we weten dat gaat komen… ons eerste lam. Waarschijnlijk binnen nu en een week. Dat wordt weer een dag van verantwoordelijkheidsgevoel en (hopelijk ook van) blijdschap.

Kippen

Al vanaf het begin willen we kippen houden in Wickevoort. Maar iets nieuws beginnen kost een hoop tijd en er was steeds iets dat urgenter was. En ook was er nog zoiets als “we doen al zo veel verschillende dingen”. Dus we hebben de komst van de kippen uitgesteld. Maar – voor u onzichtbaar – zijn we druk bezig geweest om de komst van kippen voor te bereiden. Allerlei berekeningen en uitzoekwerk hebben we gedaan, financieel, qua ruimte, etc. En natuurlijk hebben we gekeken naar welk ras kippen we graag zouden willen.

Zoals voor al onze dieren geldt: een Nederlands, liefst lokaal ras. Ten eerste omdat we op die manier bijdragen aan het in stand houden van de biodiversiteit. Ten tweede omdat deze dieren vaak goed in staat zijn om te gaan met de lokale omstandigheden. En voor de kippen wilden we een zogenoemde dubbeldoelkip. Dus een ras waarvan de dieren behoorlijk wat eieren in een jaar leggen én waarvan goed vlees te eten valt. Er zijn rassen die zo gefokt zijn dat ze (extreem) veel eieren leggen en er zijn rassen die gefokt zijn op snelle groei en dus snel, veel vlees. Wij zoeken iets er tussenin, een ras waaraan in de loop der jaren niet zo veel door mensen is veranderd. Want meestal weet de natuur het beter dan de mens.

Het ras van onze voorkeur – de Hagheweyder – is er bijna niet meer in Nederland. Nog maar enkele fokkers hebben kippen van dit ras. Met één van hen proberen we al lange tijd voor elkaar te krijgen om kuikens te krijgen, maar dat mag tot op heden niet zo zijn. Dus zijn we begin januari op zoek gegaan naar kippen van het volgende ras op ons heel korte lijstje: De Noord-Hollandse Blauwe. Een dag nadat ik een bevriende boer ernaar had gevraagd, had hij er een kleine 100 voor ons gevonden… Te gek!

Noord-Hollandse Blauwe kip

Alleen… hadden we daar geen hok voor. Wel voor kuikens, want dat was het plan, maar die hebben wat minder ruimte nodig. Dus kwam alles nogal in een stroomversnelling. De afgelopen twee weken hebben dan ook in het teken gestaan van een aantal snelle acties om een hok te vinden (een prachtig tuinhuis via Marktplaats) en voer en alle andere benodigdheden te kopen. Na een hele lange dag slopen hadden we de kippenstal in delen op Wickevoort. De dag erna hebben we een mooie vloer gelegd van straattegels en zijn we begonnen aan de “wederopbouw”. Met veel hulp hebben we dat woensdag afgerond. De ren is overdekt met gaas en heeft een mooie deur als ingang voor de boer(en) gekregen. De voormalige veranda van het tuinhuis is nu dicht, er zit een nieuw dak op de stal, we hebben zitstokken gemaakt. En dus konden de kippen komen. Ze zijn woensdagmiddag direct gearriveerd en we kunnen vol tevredenheid vaststellen dat ze het naar hun zin lijken te hebben. Ze zijn nog een paar dagen binnen om te wennen aan hun nieuwe onderkomen. Dit weekend gaan we de ren dichtmaken (de laatste gaten en kieren) en dan kunnen ze ook lekker buiten scharrelen. Hopelijk hebben we in maart dan de eerste Wickevoorter eieren.

Kippen in de stal

Overweldigend

Overweldigend

De veranderingen gaan de laatste maanden nogal snel.

Negen maanden geleden vroeg ik mijn mentor van de opleiding tot Biologisch-dynamisch boer of hij zijn ogen en oren wilde openhouden voor een geschikt project voor Ada en mij om onze boerendroom werkelijkheid te laten worden. Hij noemde mij direct een mogelijkheid: Wickevoort. GEWELDIG. “Overweldigend” verder lezen

Grote carrièreswitch

Toen ik 8 jaar geleden vanuit de verpleegkunde overstapte naar de functie van psychologisch assistent, voelde dat als een enorme carrièreswitch. Ik draaide ineens geen onregelmatige diensten meer, ik had veel minder intensieve contacten met patiënten, ik liep veel minder en zat véél meer
achter de computer. Als ik een afspraak had op een werkdag moest ik vrij nemen, want ruilen is ineens niet meer zo makkelijk. Het heeft me flink wat tijd gekost voor ik aan al deze veranderingen was gewend. “Grote carrièreswitch” verder lezen

Voltijd

De laatste weken praat ik heel veel over De Wickevoorter Stadsboeren. Uiteraard tijdens overleggen, kennismakingsbezoeken, netwerk-bijeenkomsten en met mensen die langs komen of die we opzoeken om het verhaal van onze onderneming te vertellen. Maar ook bij een etentje, tijdens een verjaardag, in een toevallige ontmoeting. Dat zijn de niet-geplande momenten waarop het er toch weer over gaat. “Voltijd” verder lezen